Voor altijd in mijn hart (liefdesverhaal)
De ochtend was amper aangebroken, met zijn allen lagen ze onbewegelijk naast elkaar. Het dofgroen van hun kleding tekende zich amper af tegen de beige bruine ondergrond. Het stof dwarrelde op nadat ze op commando hierheen waren gestoven. Het was nu afwachten. De vijand was niet ver. Een verkeerde beweging en ze zouden onder vuur genomen worden. Het was wachten op nadere orders.
De warmte was ondraaglijk, zweet druppelde onder hun helmen door over het gezicht, plasjes zweet werden zichtbaar in het rulle zand. Daarnaast vormde zich een bloedvlek. “Ik ben geraakt” fluisterde Vincent. De paniek klonk door in zijn stem, zijn ogen straalden angst uit. “Je redt het, we kunnen bijna terug, de vijand begint al terug te trekken, ze geven op, sprak zijn collega Paul hem moed in, “Vecht voor jezelf, vergeet de vijand, thuis wacht je lief op je.
Selina, dacht Vincent, Selina met haar enorm mooie blauwe ogen, sluike blonde haar en sprekende mond. Met zijn linkerhand tastte hij in zijn broekzak. Zijn vingers raakten het verfrommelde papier dat hij daar bewaarde. Met zijn ogen dicht kon hij haar parfum op het papier ruiken. Hij hield zijn ogen gesloten terwijl hij haar gezicht voor zich haalde. De ondeugende glinstering in haar ogen, het verdriet toen hij vertelde dat hij uitgezonden werd.
Ze waren al vier jaar samen en als hij terug ging zou hij haar ten huwelijk vragen. Daar in die afschuwelijke stoffige omgeving wist hij ineens zeker dat hij nooit gelukkig zou zijn tenzij hij Selina in zijn armen hield. Nog 4 dagen moest hij volhouden, vier dagen zonder haar, met enkel haar brief en parfum op zak. Ze zou hem opwachten op het vliegveld en nog voordat ze hem kon begroeten zou hij op zijn knieën gaan voor haar. De vrouw van zijn dromen. Hij zag haar al staan, in een prachtig witte jurk, zachte serene gloed over haar wangen, in diep contrast met de verzekerde blik in haar ogen. Hij zou haar beschermen, verzorgen, met haar lachen voor de rest van zijn leven.
Stemmen, die hij nauwelijks kon verstaan, gemormel. Er waren meer gewonden, er kwam een hospik aan. De vijand had zich teruggetrokken en het was weer veilig. Voor even. Hij probeerde rond te kijken, maar het optillen van zijn hoofd ging moeizaam. “Hier hebben we hulp nodig, snel”, hoorde hij zijn maten gillen. Hij besefte niet dat het over hem ging. Hulp kwam toegesneld, hij werd op een brancard gehesen en in een open vrachtwagen gelegd. Bloed en pijnlijk vertrokken gezichten om hem heen, wat was er ineens gebeurd, het ging zo snel. Het ene moment waren ze aan het lachen, het volgende zochten ze dekking. Zo moest het niet gaan. Ze waren klaar voor de terugreis, ze moesten feitelijk nog maar enkele uren uitzitten in dit rotoord. Paul nam naast hem plaats.
Langzaam en stil trok hij het papier uit zijn broekzak, het leek klem te zitten en zijn borst deed pijn. Het bloed sijpelde door zijn kleding, zijn ogen zochten zijn maat. “Het gaat niet goed Paul, het gaat helemaal niet goed”. Paul zag dat Vincent verzwakte, maar al zijn kracht gebruikte om het papier uit zijn zak te halen. “Lees me voor”, vroeg Vincent met tranen in mijn ogen, “ De brief in mijn zak. Lees me die voor”.
Paul probeerde de brief uit de handen van Vincent te nemen, de brief die stevig omklemd werd door de vuist van zijn beste vriend. Langzaam sloten zijn ogen, en ontspande hij zijn vuist. “Lees me voor wat mijn lief heeft geschreven”, onverwachts krachtig kwamen de woorden uit zijn mond, waarna het stil werd. Vincent had het niet gered, maar Selina zou weten dat ze in zijn hart was geweest, tot het moment dat hij stierf.
