Stille liefde op kantoor (liefdesverhaal)
Versuft zat ze voor zich uit te kijken, het scherm deed pijn aan haar vermoeide ogen. Onderaan in het scherm knipperde een blauw balkje. Voordat ze erop durfde te klikken wilde ze zeker weten dat haar leidinggevende uit het zicht was, en vooral niet op haar beeldscherm kon meelezen. Nu bleef hij maar om haar heen hangen, bazig, bevelend en zeer chagrijnig.
Haar collega’s aan de andere kant van het kantoor hadden het grootste plezier, en tot voor kort had zij daar ook gezeten. Om een of andere organisatorische reden had zij als enige naar de andere kant van de ruimte moeten verhuizen. De hele verhuisploeg was een dag bezig geweest om alle documenten mee te verplaatsen waardoor ze meteen besefte dat het voor lange duur zou zijn. Nu zat ze hier, tegenover het kantoor van haar leidinggevende.
Morgenavond na je werk in het restaurant op de hoek, 18.30 uur. Hoe wist hij waar ze werkte? Haar maag kromp ineen op een prettige manier. Ze herkende de spanning meteen. Zo had ze zich iedere ochtend gevoeld als ze het gebouw binnen kwam lopen, tot het moment waarop ze de lift uitstapte en haar manager tegenkwam, druk aan het werk zonder haar ook maar één blik waardig te keuren. Nu zou ze haar aandacht en interesse geven aan iemand die het wel verdiende en waardeerde dat zij aan hem dacht.
Haar koffie was koud geworden. Tien minuten lang had ze naar dat ene zinnetje staan kijken. Al drie maanden lang had ze tijdens het werk gemaild met deze ontzettend leuke grappige man. Nu spraken ze elkaar al een week via msn. Ze kende hem niet, maar volgens zijn profiel zou het helemaal met haar kunnen klikken. Het begon heel onschuldig en oppervlakkig, maar ondertussen had het contact zich uitgebreid tot een merkbaar intense band. Haar collega’s hadden gelachen tot het leek dat ze paars aan zouden lopen toen ze de omschrijving van zijn uiterlijk hardop voorlas.
Het was de manager geweest die opnieuw voor rust had gezorgd door onverwachts binnen te lopen. Ineens begreep ze waarom er zo gelachen werd. Er was toch ook niets mis met de omschrijving? Het had alleen inderdaad een broer van die chagrijnige rotzak kunnen zijn. Dat was een goed teken, ze was niet voor niets al een jaar heimelijk verliefd op hem. Dit was ook de reden dat ze afleiding zocht. Haar manager was de laatste paar maanden omgeslagen als een blad aan de boom. Vrolijk was hij niet meer, vriendelijk ook niet. Maar gelukkig had ze nu afleiding gevonden.
De volgende dag kroop voorbij, de wijzers op de klok leken stil te staan. Iedere 10 minuten frunnikte ze zenuwachtig aan haar rokje, controleerde of haar panty nog geen ladder vertoonde en werkte ze haar lippenstift bij. Met een arrogante blik keek ze haar manager aan iedere keer dat hij voorbij kwam lopen. Wat kwam hij toch eigenlijk vaak voorbij vandaag, en waarom moest er om zijn mond dat zogenaamd grappige lachje spelen.
Tien minuten voordat ze haar spullen bijeen wilde rapen stond hij stil bij haar bureau. “Simone, ik wil je na het werken even spreken in mijn kantoor”. Hoe haalde hij het in zijn hoofd om uitgerekend nu van haar te verwachten dat ze langer op kantoor bleef. Na maanden lang te hebben geprobeerd op subtiele wijze zijn aandacht te vangen moest hij nu ineens met haar spreken. “Ik heb een afspraak meteen na mijn werk. Kan ik morgen voor het werk niet even bij je komen?”, vroeg ze met enige hoop in haar stem. “Nee, het is noodzakelijk dat je dadelijk even komt”, zei hij kortaf met een stem die geen tegenspraak duldde.
Vijftien minuten later stond ze gelijk aan de dag ervoor versuft te kijken. Deze keer echter niet naar een chat-venster, maar naar haar leidinggevende, die zojuist uit de doeken had gedaan dat dit zijn laatste werkdag was. Hij had haar vanaf dag één al willen laten weten wat hij nu vertelde. Dat hij haar zeer waardeerde en meer nog, graag escorteerde naar het restaurant waar zij die avond een afspraak had. Niet met de man die zijn broer had kunnen zijn, maar met hem, haar stille liefde.
