De onbekende man
De ijskoude wind streek langs haar gezicht. Haar jaszakken zaten volgepropt met gebruikte zakdoeken en haar ogen traanden. Op elke willekeurige andere dag zou ze met alle liefde op de bank zijn gekropen met een kop warme chocolademelk, maar nu niet. Haar hart klopte in haar keel. Hij had haar gebeld en gevraagd of ze naar hem toe kon komen.
Een maand geleden zat ze na een lunchafspraak op een terras met een vriendin. Ze zaten uit te buiken toen er een man kwam aangelopen en tegen haar begon te praten. Dit moest die vriend zijn die later zou komen, maar hoe wist hij wie zij was? Nieuwsgierig keek ze rond waar haar vriendin gebleven was. Kwam ze al terug van het toilet? En wie was deze ontzettend leuke meneer? Vanaf het eerste moment had ze het gevoel dat ze hem al heel lang kende.
Vele drankjes en gelach later moest ze eigenlijk naar huis, maar de man die bij hun aan het tafeltje was gaan zitten bleef haar boeien. Ze wilde nog niet weg. Het was een lange tijd geleden dat ze zo had moeten lachen om een man, en de spanning bleef zich opbouwen. Zij moesten ook nog een trein halen en haar maag knorde ondertussen wederom van de honger. “Laten we samen nog even wat eten” zei hij met een lachend gezicht toen hij zag dat ze aanstalten maakte om te gaan. “Dat moet een andere keer”, lachte ze, “Ik moet nog werken.”
Toen ze thuis aan haar bureau zat werd ze onrustig. Waarom eigenlijk? Het was een leuke middag geweest en ze had nog tijd genoeg om haar deadline te halen. Waar kwam die onrust vandaan. Ineens drong het tot haar door dat ze haar telefoonnummer niet had gegeven. Hoe moest ze hem nu nog een keer zien? Niets en niemand had ze om zich heen zien staan en de verwarde blik op zijn gezicht verried dat hij hetzelfde had ervaren.
Diezelfde avond ging haar telefoon, een onbekend nummer. Zenuwachtig nam ze op. Het was de man van die middag. Hij had haar uitgenodigd in een restaurant de volgende avond, maar was niet komen opdagen. Wat was ze verdrietig en kwaad geweest. Hoe kon het dat ze zo’n juist gevoel bij iemand had gehad, maar dat het niet wederzijds was geweest. Had hij alles gelogen toen hij aan de telefoon vertelde over zijn verbazing over hun ontmoeting? Waarom had hij dan de moeite genomen om haar te bellen en heel zijn gevoel open te leggen? Maar nu hij wederom had gebeld wist ze zeker dat hij haar niet had kunnen vergeten.
Met rode vingers van de kou belde probeerde ze haar fiets op slot te zetten aan een lantaarnpaal. Het beste kon ze hem vastzetten, want ze zou dit huis die dag niet meer verlaten. Terwijl ze aan het slot prutste kwam hij de galerij al oplopen. Nonchalant als in al zijn bewegingen hing hij over de balustrade heen en bekeek haar. Ze was zich intens bewust van zijn aanwezigheid, het leek haast alsof ze zijn aftershave kon ruiken.
Nerveus liep ze de trap op naar zijn appartement, terwijl hij in de deuropening stond te wachten. Hij legde zijn hand op haar schouder terwijl hij haar naar zijn woonkamer voerde. Aan de eettafel vond ze het grootste en heerlijkste diner dat ze ooit had gezien. “Ik heb wel wat goed te maken, dat ik je gewoon had laten lopen”, fluisterde hij schor, alvorens zijn lippen op haar lippen belandden. Quasi boos rukte ze zich los uit zijn omhelzing. “Als jij me laat lopen is dat jouw keus”, lachte ze met een flikkering in haar ogen, “Maar eerst wil ik warm worden en eten.” Ze ging op haar tenen staan, sloeg haar armen om zijn nek en kuste zijn hals. Ze besefte dat ze op haar intuïtie kon vertrouwen. Het voelde goed, het was goed
