Oma (liefdesverhaal)
“Ach Vera, kind toch”, zuchtte oma diep, “ Wat doe je toch allemaal met dat modern dingetje? Tegenwoordig is alles zo anders, overal waar je loopt zie je mensen knopjes indrukken. Op computers, op hoe heten die dingen nu, mobiele telefoons. Mensen schrijven geen brieven meer. Wij hadden dat allemaal nog niet, en eigenlijk ben ik daar blij mee”. Oma sloot haar ogen, een teken dat ze wilde gaan slapen. Toch kon ze de vraag niet inhouden. “Oma, hoe heb jij opa leren kennen, hoe hielden jullie contact”.
Oma’s ogen lichtten op. “Hij was de zoon van Piet, die altijd aardappelen kwam kopen. Ze hadden een kippenboerderij. Henk wilde de boerderij van zijn vader overnemen, maar zijn vader vond dat hij zijn school eerst af moest maken. Om een centje bij te verdienen kwam hij vaak de aardappelen voor zijn vader halen. Vanaf de eerste keer dat ik hem zag maakte mijn hart een sprongetje”. Een zachte glans verscheen op haar gezicht.
“Omdat zijn vader slechter ter been werd moest Henk meer taken van hem overnemen. Daardoor kwam het dat hij bij ons moest komen om aardappelen op te halen. Hij deed het graag en zonder morren. Zo kwam het dat we steeds vaker naar elkaar stonden te gluren. Ik moest moeder helpen in de keuken en keek zo recht naar de deur van de schuur waar vader de aardappelen opsloeg. Ik weet het nog zo goed, mijn wangen gloeiden en mijn handen trilden als ik op dinsdagmiddag het hek hoorde piepen. Hij kwam altijd op dezelfde tijd”.
Oma zuchtte weer. “Op een dag kwam hij niet, uren heb ik uit het raam staan staren. Moeder bleef me bij de les halen, ik hoorde haar amper als ze tegen me sprak. Ik miste hem terwijl ik nog nooit een woord met hem gesproken had. Later kwam vader thuis, ik weet nog precies wat we aten. Erwtensoep. Ik weet dat zo goed omdat ik in mijn blijdschap de soep heb omgestoten, over mijn nieuwe grijze jurk heen. Wat was moeder boos. Zeep kostte een vermogen in die tijd. Net toen ik een hap van mijn soep wilde nemen greep vader in zijn borstzakje en haalde er een verfrommeld papiertje uit”. “Marietje, zei hij, de broer van Piet, van de kippenboerderij op de hoek heeft me gevraagd dit aan je door te geven, ik geloof dat het van zijn neef afkomt”.
Het avondmaal duurde eeuwen en toen we eindelijk klaar waren ben ik naar mijn slaapkamer gerent. Oma boog opzij naar haar nachtkastje en rommelde wat in de lade. Een vergeeld verfrommeld briefje kwam tevoorschijn. Lieve Marietje, ik zie je nu al wekenlang en nog nooit heb ik zo’n schone dame gezien. Ik zou je zo graag beter willen leren kennen. Toen ik je zag wist ik meteen; dit wordt mijn vrouw. Laten we afspreken zodat we kennis kunnen maken en ik je vader om je hand kan vragen. Liefs, Henk. Op de linkerhoek stond een klein kuikentje getekend. Een traan gleed over oma’s wangen. “Waarom gaan de beste mensen altijd als eerste heen. Wat heb ik van die man gehouden, en wat hield die man van mij”.
“Ik mis hem zo”, Oma sloot opnieuw haar ogen, deze maal om ze niet meer te openen. Vier dagen later stond Vera snikkend aan het graf. De dominee las een stuk voor uit de bijbel terwijl Vera compleet op ging in de bloemenkrans in haar handen. Witte lelies, samengebonden op een krans met in het midden een groot hart. Heel klein, midden in het hart een kuikentje, weggestopt. Speciaal voor oma. Met een laatste teder gebaar legde ze de bloemen op het hoopje zand naast het graf. Op het lint stond geschreven; Omalief, terug bij haar lief.
