Liefde in de trein (liefdesverhaal)
Ze staarde naar buiten door het treinraam. Elke dag nam ze deze trein naar haar werk. Ze had zo vaak besloten om dichter bij haar werk te gaan wonen en de volgende dag zou ze eindelijk naar haar nieuwe woning, op driehonderd meter afstand van haar werk verhuizen. Dat het uitgerekend vandaag de laatste dag was dat ze deze treinreis zou maken stemde haar net iets verdrietiger. Op dezelfde datum, drie jaar geleden was hij in de trein gestapt. De man van haar dromen, haar grote liefde.
Met warrig, ongekamd haar en zijn overhemd scheef dichtgeknoopt was hij gehaast naast haar komen zitten. Hij stootte bijna haar koffie om. Een excuus vond hij niet nodig, hij zei niets. Ze stond op het punt hem met een nijdige blik toe te werpen. Bijna, want ze keek in zijn lichtbruine kijkers en was helemaal verkocht. Een paar seconden trok haar maag samen, haar handen bibberden. Ze moest iets zeggen. Deze man kon ze niet zomaar laten lopen. Maar hij leek haar niet eens te zien.
Snel veegde ze een haarlok uit haar gezicht en met rode wangen zei ze; Je blouse zit nogal vreemd, heb je je verslapen? Hij keek haar geamuseerd aan en zei; “nee, ik heb me niet verslapen. Verslapen is als ik de juiste trein niet had gehaald en jij dáárin had gezeten”. Ze glimlachte bij de herinnering. Het gesprek was soepel verlopen en hij had haar telefoonnummer gevraagd. Diezelfde avond belde hij en vroeg haar mee uit. Meteen waren ze onafscheidelijk geworden.
Twee jaar lang hadden ze heel intens samen geleefd, ze hadden het zo leuk gehad samen, maar toen was er ineens die fusie op zijn werk. Ze hadden de hele boel gereorganiseerd en omdat het niet eenvoudig was een andere baan te vinden had hij moeten kiezen tussen zijn werk en haar. Het bedrijf verhuisde naar Amerika en hij verhuisde mee. Ze hadden geen mogelijkheid gezien om de relatie voort te zetten. Zij kon immers niet weg uit dit land, dat liet haar carrière niet toe. Een week na zijn mededeling dat hij naar Amerika zou gaan stonden ze huilend op het vliegveld. Waarom was hij nu, een jaar later, nog niet uit haar gedachten?
Dat jaar had ze zich op haar werk gestort. Toch bleef ze aan hem denken, dacht hij nog aan haar? Ze wist maar al te goed dat piekeren geen zin had en pakte een stapel notulen uit haar tas. Vandaag zou het een drukke dag worden met genoeg afleiding. Geconcentreerd nam ze de papieren door. Ze was zo druk bezig dat ze helemaal niet merkte dat de trein stopte op het station. Het geroezemoes om haar heen was in die jaren zo gewoon geworden dat het niet meer opviel.
Zonder op te kijken voelde ze dat er iemand naast haar kwam zitten. Geërgerd schoof ze haar tas opzij om plaats te maken. Ineens voelde ze haar been warm worden bij de knie. Koffie droop over haar panty. Ze keek op met een nijdige blik en keek recht in de pretogen die ze zo vaak van dichtbij had gezien. “Vandaag heb ik me bewust verslapen”, fluisterde hij. Hij had haar niet uit zijn gedachten kunnen krijgen en de dag vrij genomen, hopend dat zij nog steeds in dezelfde trein zou zitten. Een week eerder was hij het kantoor van zijn baas binnen gestapt en had hij zijn ontslag ingediend. Eindelijk besefte hij dat er dingen waren die belangrijker waren dan een baan. Omdat hij nog vrije dagen over had kon hij na 3 dagen inpakken het vliegtuig naar Nederland nemen, en hier zat hij dan.
Hij zag dat ze bloosde, blij was om hem te zien, en hij streek de haren zacht uit haar gezicht. “Wil je weer met mij reizen?”, vroeg hij voorzichtig, “Ik heb je zo gemist, ik kon deze dag niet voorbij laten gaan zonder je te vertellen wat ik nog steeds voor je voel”. Verward gaf ze het eerste antwoord dat haar te binnen schoot “Ik ga verhuizen, we kunnen niet samen reizen”. Hij glimlachte en pakte haar gezicht zachtjes vast. “Dan reizen we per boot, wil je met me trouwen?”
