Geschiedenis condoom
Van schapendarm tot ultradunne latex met ribbels of noppen: condooms zijn er tegenwoordig in alle soorten en maten. Een beknopte geschiedenis van het meest bekende voorbehoedsmiddel.
Oude Egyptenaren
Het gebruik van condooms is al erg oud, al weet niemand precies hoe oud. De oude Egyptenaren schijnen al condoomachtige linnen zakjes te hebben gebruikt voordat het woord condoom überhaupt bestond. De Chinezen bonden hun penis in met in olie gedrenkt zijdepapier, de Japanners hadden condooms van leer en schildpadhoorn en de Romeinen maakten hun rubbertjes van geitenblazen.
Toen in Europa in de zestiende eeuw een ware syfilisepidemie toesloeg, schreef de Italiaanse arts Gabriël Falloppio in het boek Morbo Gallico dat een linnen zakje, gedrenkt in een zout- of kruidenoplossing, hier bescherming tegen bood. In de achttiende eeuw gebruikte men inmiddels zijde, linnen, visblaas en blinde darmen van dieren als condoom. Een lintje dat heel strak om de penis werd gebonden moest afglijden voorkomen. Onze voorouders waren al helemaal in to recyclen: op sommige schilderijen uit die tijd zie je schoongewassen condooms aan de waslijn te drogen hangen, klaar voor het volgende gebruik.
Dik als een fietsband
In 1839 ontdekte Charles Goodyear hoe hij van latex (sap afkomstig uit de rubberboom) elastisch materiaal kon maken. Je zou zeggen dat dit een verademing was voor mannen, na eeuwen met die stugge, niet-rekbare schapendarmen. Maar erg comfortabel kunnen deze eerste ‘rubbers’ nog niet geweest zijn: ze waren voorzien van een grote naad en ongeveer zo dik als de binnenband van een fiets.
Kapotje
Een kleine zijweg in de geschiedenis van het condoom was het eikelcondoom, ook wel het kapotje. Deze uitvinding was geen succes. Om afglijden te voorkomen moest de rand van het kapotje zo stijf om de eikel van de man zitten dat afknijpingverschijnselen het gevolg waren. En natuurlijk gleed het kapotje uiteindelijk alsnog vaak af.
Waar de condoom zijn naam aan dankt is onduidelijk. Waarschijnlijk van het Latijnse woord condus, dat zoveel betekent als ‘vergaarbakje’. Maar het verhaal gaat ook dat het een verbastering is van de naam van een Britse legerarts: kolonel Quondom (1645). Hij was de uitvinder van het darmcondoom.
Verboden
Nu vind je ze op iedere straathoek en op internet zijn verschillende condoomwinkels die ze in grote hoeveelheden tegelijk naar je kunnen verzenden. Maar in de eerste helft van de vorige eeuw was de verkoop van condooms op veel plaatsen verboden, omdat de kerk het gebruik ervan onnatuurlijk vond. Gelukkig beseffen steeds meer mensen dat condooms niet alleen een goed anticonceptiemiddel zijn, maar ook erg belangrijk als bescherming tegen aids en andere geslachtsziekten.
Ecoseks
Niks geen schapendarm of visblaas voor ons hedendaagse condoomgebruikers. Ze zijn er nu extra sterk, extra dun, extra klein en extra groot. Met ribbels en noppen, met een smaakje of een glow-in-the-dark gloed. Voor mensen met een latexallergie zijn er polytheen of polyurethaancondoom – helaas zijn deze minder rekbaar dan de latexvariant – voor veganisten zijn er condooms zonder melkeiwitten. Je kunt zelfs milieuverantwoorde ecoseks hebben met biologische condooms. Geen wonder dat dit simpele, effectieve en goedkope voorbehoedsmiddel nog steeds onverminderd populair is.
